
Artikel - 10 maart 2026
KWF Kankerbestrijding heeft subsidie toegekend aan het project ‘Structured Molecular Analysis and Reporting Tool for Pathology’ (SMART Pathology). Een project dat het landelijke protocol voor moleculaire diagnostiek innoveert, vereenvoudigt en eenduidiger maakt. Het wordt hiermee mogelijk de moleculaire verslaglegging van alle Nederlandse pathologielaboratoria te uniformeren. Uitslagen worden betrouwbaarder, vergelijkbaar en beter herbruikbaar voor zorg en onderzoek. Dr. ir. Wendy de Leng (klinisch moleculair bioloog in de pathologie, UMC Utrecht, en bestuurslid Nederlandse Vereniging voor Pathologie) en Paul Seegers (senior adviseur en beheerder landelijke pathologie en moleculaire protocollen bij Stichting Palga) lichten het project toe.
Palga ontwikkelde in 2018 een protocol voor gestandaardiseerde, gestructureerde rapportage van moleculaire gegevens in het kader van het PATH-project (Predictieve Analyse van THerapie). Het doel was om met een gecoördineerde aanpak precisiemedicijnen beter toegankelijk te maken voor alle patiënten met kanker in Nederland. “Maar het gebruik van dit landelijk protocol is vrijblijvend”, zegt Paul Seegers, “en slechts ongeveer een derde van de laboratoria gebruikt het momenteel. Veel laboratoria hebben nu eenmaal hun eigen methodiek voor de moleculaire diagnostiek.”
In kort bestek:
Daarom is een vervolgstap noodzakelijk, stelt Seegers. “Onderzoek uit 2019 bij patiënten met uitgezaaid niet-kleincellig longcarcinoom stadium IV toont aan dat niet overal dezelfde predictieve biomarkers getest worden, wat kan leiden tot suboptimale zorg voor de patiënt. Daarom wilden we tot standaardisatie in de moleculaire diagnostiek komen, om te zorgen dat de patiënt overal de beste zorg krijgt. En ook om verantwoord te kunnen omgaan met de kostbare cytostatica.”
Nieuw protocol
Vandaar dat nu, met subsidie van KWF Kankerbestrijding, met het SMART Pathology-project de stap wordt gezet naar een nieuw protocol voor moleculaire verslaglegging dat voor alle achttien pathologielaboratoria voldoende waardevol en eenvoudig in gebruik is om standaard te gaan toepassen. “De behoefte hieraan was er duidelijk, zowel voor het beter leesbaar maken van verslagen, het vereenvoudigen van de workflow als voor het monitoren of de juiste diagnostiek wordt uitgevoerd”, zegt Wendy de Leng. “Door invoering van de lijsten met klinisch noodzakelijke targets (KNT-lijsten) is momenteel duidelijk welke targets getest moeten worden. Maar dat is slechts de basis. We willen kunnen monitoren of die KNT-lijsten worden gevolgd en met welke redenen dit wel of niet gebeurt.” Seegers vult aan: “En na koppeling met klinische data of de behandeling die daaruit voortvloeit systematisch doelgericht wordt ingezet en of die inderdaad de algehele overleving oplevert die ermee wordt beoogd.”
Het gaat in het project dus om meer dan alleen moleculaire diagnostiek als basis voor directe patiëntenzorg. Seegers: “Het gaat ook om secundair gebruik, want dat wordt natuurlijk steeds belangrijker. Door de data te monitoren en te analyseren, kan de oncoloog over een aantal jaar op basis van real-worlddata de patiënt direct de juiste therapie geven.” De Leng: “Het Praktijkmonitor-project van IKNL maakte duidelijk dat de data uit moleculaire diagnostiek nog onvoldoende kwaliteit hadden om van te leren. Het is dus heel nadrukkelijk het doel van het SMART Pathology-project dat we dit oplossen. En ik zie ook een volgende stap, we zouden die data ook moeten kunnen gebruiken als basis voor de ontwikkeling van richtlijnen.”
Aansluiten bij de workflow
Palga heeft lering getrokken uit het feit dat het bestaande verslagleggingprotocol onvoldoende past bij de workflow van de laboratoria. “De eerste stap in het SMART Pathology-project is dan ook dat iedereen input mag geven, om tot een protocol te komen waar iedereen achter staat en dat voor gebruikers eenvoudig is om mee te werken.” De groep die hierbij wordt betrokken is uitgebreid: analisten, klinisch moleculair biologen in de pathologie, pathologen, longartsen, oncologen, NFK, IKNL, CieBAG, en Zorginstituut Nederland. “En een aparte it-werkgroep die weet hoe dit slim in een systeem kan worden gevat”, zegt De Leng. “Daar hebben wij als gebruikers geen verstand van.”
Belangrijk element is ook dat in het nieuwe protocol zoveel mogelijk afscheid wordt genomen van de vrije velden die het huidige protocol kenmerken. “Als je de input kunt standaardiseren, kun je die automatiseren”, zegt Seegers. “Dan krijg je altijd hetzelfde rapport, beter leesbaar voor de oncoloog ook.” Daarnaast is het de bedoeling dat het protocol zodanig wordt opgezet dat het geschikt is voor bestaande en toekomstige DNA-tests. “We moeten de basis dus zo neerzetten dat uitbreiding gemakkelijk is”, zegt Seegers. De Leng: “En bij de discussie over uitbreidingen hoort natuurlijk een laagdrempelige overlegstructuur om te zorgen dat hierover consensus ontstaat, zodat we altijd up-to-date zijn.”
Strakke planning
Voor het project staat twee jaar. “De planning is dat we uit de input van alle betrokken partijen binnen vier maanden tot consensus komen over de opzet en inhoud”, zegt De Leng. “Dan kan Palga gaan bouwen en kan wat dit oplevert als eerste worden getest in drie laboratoria. Na evaluatie en eventuele aanpassingen volgt dan de landelijke uitrol.” Seegers: “Het feit dat wij als Palga de centrale regie over het proces hebben, maakt dat we snel aanpassingen kunnen doorvoeren, mocht blijken dat dat nodig is.”
Dan zijn de achttien laboratoria aan de beurt. “Enerzijds om het protocol aan de achterkant in te richten en het gebruik in te bedden in hun workflow”, zegt De Leng. “Anderzijds om te zorgen dat de moleculaire data via de XML-file in het protocol kunnen worden geschoten op basis van het landelijke XML-format. Verder moeten de laboratoria nadenken over het importeren van labmanagementzaken als samplenamen, ziekenhuisnamen, tumorcelpercentage, wel of niet voldoende tumormateriaal en dergelijke. Dat kan handmatig, maar idealiter wordt natuurlijk ook dit geautomatiseerd. We gaan de bedrijven die de laboratoriummanagementsystemen leveren vragen om hierbij ondersteuning te bieden. Het project biedt financiële ruimte hiervoor en voor een bescheiden lokale ict-ondersteuning.”
Enthousiasme
Het belangrijkste, vat De Leng samen, is dat de laboratoria enthousiast worden om het protocol te gaan gebruiken. “Dat worden ze als het eenvoudig in gebruik is en geautomatiseerd in hun workflow in te passen is.” Seegers vult aan: “Bovendien zullen laboratoria enthousiast zijn over het idee dat ze met dit protocol kunnen profiteren van het secundaire gebruik van de data.” De protocoldata kunnen worden gekoppeld aan de data van de Nederlandse Kankerregistratie. Hiermee kunnen de gecombineerde data over de moleculaire pathologie en de klinische uitkomsten worden gebruikt voor het zelflerend zorgsysteem. En de pathologieafdeling kan de eigen data spiegelen met landelijke gemiddelden.
Met dit nieuwe protocol wordt Nederland op het gebied van verslaglegging van moleculaire diagnostiek de wereldwijde koploper, stelt Seegers. “Dit brengt weliswaar met zich mee dat we in de ontwikkeling ervan te maken krijgen met de wet van de remmende voorsprong”, zegt hij, “maar het betekent ook dat we iets ontwikkelen dat we internationaal kunnen uitdragen en waarmee we in het kader van de European Health Data Space een prominente rol kunnen spelen.”
Drs. Frank van Wijck, wetenschapsjournalist